Geen producten (0)

Costa Rica 6 februari 2026 - 2 maart 2026

Onze rondreis in Costa Rica

 

Vrijdag 6 februari begon onze reis naar Costa Rica. Met een rechtstreekse vlucht vlogen we naar San José, waar we tegen de avond landden. Zodra de vliegtuigdeur openging, sloeg de warme, vochtige lucht ons tegemoet – een eerste, intense kennismaking met het tropische klimaat. Moe maar vol verwachting vielen we die avond in slaap in Hotel Radisson.

De volgende ochtend begon het avontuur pas echt. We werden opgehaald door Milene van Caribbean Paradise voor de reis naar Tortuguero National Park. Wat normaal een rit van twee uur is, veranderde door vallende stenen op de hoofdwegen, in een tocht van ruim vijf uur. Via smalle, mistige binnenwegen reden we steeds verder het onbekende in.

In de middag bereikten we de aanlegplaats, waar een smalle boot op ons wachtte. Tijdens de anderhalf uur durende tocht voeren we door stille, slingerende kanalen, omringd door dichte jungle. Overal klonken vogels en insecten, terwijl het groen zich als een muur om ons heen sloot.

Tortuguero ligt in het noordoosten van Costa Rica, vlak bij de grens met Nicaragua. Het kleine dorp, met zo’n 3.000 inwoners, ligt midden in een uitgestrekt natuurgebied – een plek waar je het gevoel hebt dat de bewoonde wereld heel ver weg is.

 

Roodstaart Amazilia Kolibrie

Het eiland is alleen per boot bereikbaar. De rivier ernaartoe is smal, kronkelig en verraderlijk ondiep, met een stevige stroming die de boot voortdurend meesleurt. Het water is brak en allesbehalve onschuldig: onder het oppervlak schuilen kaaimannen, maar ook grotere, agressievere krokodillen. Zwemmen is hier dan ook geen optie.

Wat Tortuguero extra bijzonder maakt, is de bijna onnatuurlijke rust. Auto’s zijn er niet. In plaats daarvan hoor je het zachte gebrom van bootmotoren op de rivier, het ruisen van de wind door de palmen en het eindeloze koor van vogels en insecten uit de jungle. Smalle zandpaden slingeren tussen de huisjes door, terwijl je overal wordt omringd door dicht, levendig groen.

 

Groene Leguaan verstopt in de struiken langs de kanalen

Het eiland is zo’n 32 kilometer lang, maar slechts een klein deel is toegankelijk. De rest is beschermd natuurgebied en maakt deel uit van het nationale park – ruig, ongerept en grotendeels ondoordringbaar.

Ondanks het wisselvallige weer hebben we ons hier uitstekend vermaakt. Tijdens een excursie voeren we met een gids door smalle kanalen, terwijl hij vol enthousiasme vertelde over de flora en fauna. De regen tikte zachtjes op het dak van de boot, maar onder het afdak zaten we droog. En koud werd het hier natuurlijk nooit.

Langs de oevers zagen we kaaimannen, bijna onzichtbaar in het water, met alleen hun ogen boven het oppervlak. Even verderop stonden reigerachtigen roerloos te wachten, tot ze plotseling opvlogen en verdwenen in het groen. Juist door de regen en de mist kreeg de jungle iets extra’s – stiller, geheimzinniger, alsof er achter elke bocht iets verscholen zat.

 

Schuitbekreiger , Boat-billed Heron (Cochlearius cochlearius)

De volgende dag bezochten we Tortuguero Village, een klein toeristisch dorp op een smalle strook land. Aan de ene kant liggen de stille kanalen van het nationale park, aan de andere kant klinkt onafgebroken het ruizen van de Caribische Zee.

In het dorp wonen veel mensen uit Nicaragua, die een belangrijk deel van het dagelijks leven vormen en vooral werken in het toerisme, de horeca en de kleine winkeltjes.

Ook rond onze lodge was de natuur overal aanwezig. Felgekleurde vogels vlogen af en aan en lieten zich soms verrassend dichtbij fotograferen, alsof ze net zo nieuwsgierig waren naar ons als wij naar hen.

We sliepen in een eenvoudige bungalow zonder ramen, alleen met horren. Het voelde alsof we midden in de jungle lagen. ’s Nachts kwam die wereld pas echt tot leven: het constante gezoem van insecten, het geritsel in de bladeren en ergens in de verte de mysterieuze geluiden van de jungle, die je niet kunt plaatsen – maar wel voelt.

 

Onze lodge in Torteguere , Caribean Paradise

Het meest indrukwekkend waren de brulapen. Hun diepe, rauwe gebrul droeg kilometers ver door het woud. Vooral in de vroege ochtend en tegen de avond kon het geluid plotseling door de stilte snijden. Het gaf een oergevoel – alsof je even geen bezoeker was, maar onderdeel van de jungle.

Onze eerste week werd gekenmerkt door wisselvallig weer. Tropische buien barstten regelmatig los en kletterden luid op de daken. Daarna volgde een warme, vochtige stilte, waarin de jungle langzaam weer tot leven kwam. Volgens de locals was deze hoeveelheid regen zelfs hier uitzonderlijk.

Door het weer moesten we plannen aanpassen. Zo wilden we de Sendero Cerro beklimmen, de hoogste heuvel van Tortuguero, maar door regen en mist , zou het uitzicht slecht zijn.

Veel reizigers komen hier voor de zeeschildpadden, maar wij waren net buiten het seizoen. Costa Rica is een van de weinige plekken ter wereld waar vijf van de zeven soorten voorkomen, waarvan vier hun eieren leggen op de stranden van Tortuguero. Tussen juli en september komen ze massaal aan land, en later in het jaar kruipen de jongen naar zee – een indrukwekkend natuurverschijnsel dat we helaas net misten.

 

Vuursnavelarassari - Fiery -billed Aracari, kleine toekan van de tropische laaglandbossen, gek op fruit!

Afscheid van onze eerste locatie,  met Milene en Bismarck

Op 9 februari brengt Milene ons terug naar een restaurant in Guápiles, waar onze huurauto al klaarstaat. Na het afscheid rijden we in ongeveer een uur naar Sarapiquí. Onderweg trekken bananenplantages, kleine dorpjes en steeds dichter wordend groen aan ons voorbij, tot het landschap overgaat in weelderig regenwoud.

Bij Tirimbina Rainforest Lodge wacht ons een prachtige kamer, midden in de natuur. Overal klinkt de jungle om ons heen, en in de verte ruist onafgebroken de Sarapiquí-rivier. Het voelt alsof we opnieuw een andere wereld binnenstappen.

Tegen de avond gaan we op nachttour. Met een zaklamp in de hand lopen we het donkere regenwoud in. Zodra het licht verdwijnt, verandert alles. Geluiden worden intenser, bewegingen onzichtbaarder – de jungle leeft.

Mijn grootste wens: de roodoogmakikikker fotograferen. Een klein, felgekleurd wonder met knalrode ogen, een frisgroene rug en opvallende blauwe en gele patronen langs zijn flanken. Overdag vrijwel onzichtbaar, maar ’s nachts komt hij tot leven, klimmend tussen bladeren en takken. Met zijn felle kleuren schrikt hij roofdieren af – al is hij zelf nooit helemaal veilig.

Roodoogmakikikker

Het is best spannend om ’s avonds door de jungle te lopen. Gelukkig is onze gids erbij; met scherpe blik ontdekt hij dingen die wij nooit zouden zien.

Dan bereiken we de lange hangbrug naar het reservaat. In het donker steken we de 262 meter lange brug over. Hij wiebelt bij elke stap. Onder ons raast de Sarapiquí-rivier langs de rotsen. Hoe hoog we precies zitten, blijft gelukkig verborgen in de duisternis – misschien maar beter ook, met mijn hoogtevrees.

Halverwege blijven we plots staan. Boven ons, hoog in de touwen, zit een luiaard. In het schaarse licht is het niet meer dan een harige schim, stil en bijna onwerkelijk.

De volgende ochtend lopen we, ondanks de regen, terug naar de brug. De luiaard is verdwenen. Het regenwoud voelt fris en zwaar van vocht; druppels glinsteren op de bladeren, de rivier buldert onder ons en een lichte nevel hangt tussen de bomen. Dit keer zien we pas echt hoe hoog we hangen en hoe eindeloos groen het woud is. Indrukwekkend.

Vanaf de brug slingeren smalle paden verder het reservaat in. We blijven dit keer dichtbij – er staat nog meer op het programma.

 

 

  De wiebelende hangbrug naar de overkant en de Sarapiqui rivier onder ons

 

We bezoeken https://www.daveanddaves.com/ , waar vader en zoon een waar vogelparadijs hebben gecreëerd. Zo’n vijfendertig jaar geleden kocht Dave senior een verlaten plantage en gaf de natuur de ruimte om terug te keren. Langzaam veranderde het gebied weer in weelderig regenwoud.

Het resultaat is indrukwekkend. Overal hangen feeders en liggen takken klaar waar vogels graag op neerstrijken. Voor ons voelt het als een verborgen plek waar de natuur en fotografie perfect samenkomen – en waar achter elke beweging weer een nieuwe, kleurrijke verrassing verschijnt.

 

Violette Sabelvleugel Kolibire

Het duurt niet lang voordat de eerste vogels verschijnen. Razendsnelle kolibries schieten als glinsterende juweeltjes door de lucht en hangen kort bij de feeders om nectar te drinken. Even later landt een kleurrijke tangara op een tak, met felblauwe en groene tinten die prachtig afsteken tegen het donkere groen van het bos.

 

Schubborst Kolibrie op de Heliconia

Ook andere honingzuigers laten zich regelmatig zien, druk op zoek naar zoetigheid. Af en toe klinkt er luid geritsel in de bomen en verschijnt er een toekan met zijn enorme, kleurrijke snavel tussen de bladeren. Het is een komen en gaan van vogels, elk met hun eigen kleuren, vormen en geluiden.

 

De prachtige zwavelborsttoekan, hij lijkt wel van stof, zo mooi!

 

Terwijl wij rustig zitten met de camera in de aanslag, voelen we ons bevoorrecht om dit schouwspel van zo dichtbij mee te maken. Het lijkt alsof het regenwoud hier even zijn mooiste bewoners aan ons laat zien. Voor vogelliefhebbers en fotografen is dit echt een fantastische plek.

 

 

De Reuzentoekan, de grootste toekansoort 

De twee grote toekans – de zwavelborsttoekan en de reuzentoekan – waren ronduit indrukwekkend. Enorme vogels, zo dichtbij! Met hun kleurrijke snavels en diepe roep trokken ze meteen de aandacht. Dit zijn van die momenten waar je als natuurliefhebber stil van wordt – en die natuurlijk op foto vastgelegd moeten worden.

De andere vogels die we bij Dave & Dave’s hebben gefotografeerd, staan in de blokken onderaan de pagina.

Op 11 februari reden we door naar Boca Tapada, waar we één nacht verbleven. De lodge ligt prachtig aan een rivier, met huisjes verspreid in het groen. Zodra we aankwamen, viel de rust op. Geen verkeer, geen drukte – alleen het geluid van stromend water en vogels uit het regenwoud.

Boca Tapada, in het noorden van Costa Rica, staat bekend om zijn ongerepte natuur en rijke biodiversiteit. Het terrein van de lodge voelt als een klein paradijs. Bij een voederplek, waar fruit wordt neergelegd, hoefden we niet lang te wachten: al snel verschenen de eerste kleurrijke vogels, alsof ze ons persoonlijk kwamen verwelkomen.

 

Liefkozende Tovi Parkieten 

Ook bij het restaurant is een voederplek. Vanaf het terras heb je een prachtig uitzicht over het groen en terwijl je daar rustig zit te eten of een kop koffie drinkt, vliegen de vogels af en aan. Parkieten kwamen luidruchtig aanvliegen, andere kleurrijke vogels pikten stukjes fruit mee en af en toe was het een hele drukte rond de voederplek. Het was bijzonder om dat allemaal zo van dichtbij te kunnen zien. Op een gegeven moment kwam er zelfs even een nieuwsgierige neusbeer langs die duidelijk hoopte ook iets lekkers mee te kunnen pikken.

 

Neusbeer bij de voederplek

Eigenlijk waren er dus twee plekken waar de dieren gevoerd werden: één bij het restaurant en één halverwege het terrein. Natuurlijk kun je er verschillend over denken of het goed is om dieren te voeren, maar voor ons was het wel een mooie kans om veel soorten goed te kunnen bekijken.

 

Purpermaskertangare

Onze lodge lag op een fantastische plek, direct aan de rivier. Het constante geluid van stromend water zorgde voor een rust die je meteen voelde. Midden in het groen, met een terras voor de deur, was dit de plek waar we graag even stil zaten en alles in ons opnamen.

Tot onze verrassing zagen we daar zelfs een amazone-ijsvogeltje langs de rivier schieten, om even later op een tak neer te strijken – een kort, perfect moment.

Het grappige was dat ik bij de receptie nog had gevraagd of je hier ijsvogeltjes kon zien. Volgens hen moest je daarvoor echt met een boot de rivier op. Blijkbaar hadden wij gewoon geluk.

 

Amazone ijsvogeltje vrouwtje

Vanuit Boca Tapada hadden we een excursie gepland om koningsgieren te zien – een soort die we nog nooit eerder hadden gezien en waar we ons erg op hadden verheugd. Maar het weer werkte niet mee. De regen viel onophoudelijk en bovendien waren wij de enige deelnemers.

Uiteindelijk werd de tocht geannuleerd. Jammer, want het leek ons een unieke ervaring om deze indrukwekkende vogels in het wild te zien. Helaas kregen we daar later tijdens de reis ook geen tweede kans meer voor.

 

Deze Lachvalk had meestal een vaste plek ver weg in de bomen voor het restaurant

Toen we de volgende dag weer vertrokken uit Boca Tapada, bleek dat we geen wifi meer hadden voor de navigatie. In eerste instantie leek dat geen probleem, maar op een gegeven moment kwamen we op een gravelpad terecht dat steeds slechter werd. Het pad werd smaller en hobbeliger en we begonnen toch een beetje te twijfelen of we nog wel goed zaten. Uiteindelijk besloten we maar even de weg te vragen, in de stromende regen.

Langzaam maar zeker reden  we richting Nicaragua!  Nu staat ons gevoel voor richting misschien niet altijd bekend als het allerbeste, maar zelfs wij hadden ondertussen al het idee dat dit niet helemaal de bedoeling was. Gelukkig zijn de mensen in Costa Rica ontzettend vriendelijk en iedereen probeert je te helpen. Alleen spreken de meeste mensen geen Engels, en wij spreken geen Spaans… dus dat leidde soms tot grappige situaties met handen en voeten, kaartjes en veel lachen. Uiteindelijk kwamen we natuurlijk weer op de goede weg terecht.

Richting Arenal, dat was dus de bedoeling – en niet richting Nicaragua. We reden twee uur zuidelijker naar Hotel Linda Vista. Wauw, wat een indrukwekkende locatie! Het hotel ligt op een prachtige plek met een geweldig uitzicht op de imposante vulkaan Arenal en het mooie meer eromheen. Het is een omgeving waar je zowel van rust als van avontuur kunt genieten.

Er waren mooie trails om te wandelen, maar het weer nodigde helaas niet echt uit om lange wandelingen te maken.

 

Uitzicht op de vulkaan Arenal, vanuit het hotel Linda Vista

 De volgende ochtend is het zowaar droog en gaan we de Jungle & Volcano Hike Silencio doen: een wandeling rondom de krater van de vulkaan, met prachtige uitzichten. Het was een behoorlijke klim, maar absoluut de moeite waard. De gids wist veel te vertellen over de dieren en planten, de vogels en de geschiedenis van de vulkaan Arenal

 
 
Uitzicht op 1 van de kraters van de vulkaan
 

Op 29 juli 1968, vroeg in de ochtend, barstte de Arenal-vulkaan plotseling en hevig uit. De erupties hielden enkele dagen onverminderd aan en bedekten meer dan 15 vierkante kilometer met rotsen, lava en as.
Bij de ramp kwamen 87 mensen om het leven en drie kleine dorpen – Tabacón, Pueblo Nuevo en San Luís – werden volledig bedolven. Gewassen werden verwoest, eigendommen gingen verloren en grote aantallen vee kwamen om. Enorme rotsblokken werden met grote snelheid weggeslingerd en door deze explosies ontstonden drie nieuwe actieve kraters.

El Borio werd gespaard. Deze plaats was kort vóór de uitbarsting van 1968 door de inwoners hernoemd tot La Fortuna. “Het Geluk” verwijst naar de vlakke, vruchtbare gronden in het gebied, die een schril contrast vormen met het ruige, bergachtige terrein dat het grootste deel van de Arenal-vulkaan omringt.

De gids vertelde dat alle 87 slachtoffers nog steeds onder de lava begraven liggen. Wanneer je daar wandelt, kun je op sommige plekken de oude lavastromen nog duidelijk zien liggen.

De volgende dag reden we nog even naar de Arenal Observatory Lodge, vlakbij Hotel Linda Vista. Vanaf het terras bij het restaurant kun je prachtig vogels observeren. Je kunt er ook overnachten; het leek ons een geweldige plek om eens te verblijven.

 

Kuifsjakohoen, wij noemden ze de "kippetjes" van Costa Rica

De volgende dag vertrokken we naar Caño Negro. De afstand viel mee, maar de laatste 23 kilometer waren een uitdaging: een slechte, hobbelige weg vol gaten en modder. Op een gegeven moment stonden we stil voor een flinke plas water die de weg volledig bedekte. Hoe diep zou het zijn? Toen een paar brommertjes ons zonder problemen voorgingen, waagden wij ook de oversteek.

Het bleek absoluut de moeite waard. Caño Negro voelt als het einde van de wereld, omringd door pure, ongerepte natuur. We boekten meteen een boottocht en ontdekten dat vooral de rivier aan de achterkant van het park een paradijs is voor vogelliefhebbers. Overal waar we keken, was leven.

Het familiehotel waar we verbleven was warm en gastvrij; iedereen hielp mee om het ons naar de zin te maken. Met een klein zwembad en reizigers uit alle hoeken van de wereld hadden we hier met gemak langer kunnen blijven.

Tijdens de boottocht zagen we ijsvogels langs het water schieten, kaaimannen die roerloos op de oever lagen, talloze reigers en indrukwekkende roofvogels. Voor ons voelde Caño Negro als een verborgen parel in de Costa Ricaanse natuur.

 

Zwampzuurzak boom, onderweg tijdens de boottocht

Groene Leguaan, wat een lange staart!

Kaaiman op de oever van de rivier

Ook op het terrein van Hotel de Campo zelf was het een waar vogelparadijs. Vanuit onze lodge liepen we zo de tuin in, waar we een enorme variatie aan vogels zagen – en zelfs apen.

Aan de overkant van de weg was nog een extra plek ingericht om rustig te zitten en vogels te spotten, wat het helemaal compleet maakte.

Ik moet het nog precies uitzoeken, maar ik schat dat we hier zo’n 150 tot 200 soorten hebben gezien. De meeste daarvan staan onderaan de pagina in de blokken.

 

Eekhoornkoekoek in de tuin

Groene Ibis bij de rivier

En dan komt toch weer het moment om verder te trekken. We hadden ons hier nog met gemak een week kunnen vermaken, maar de volgende bestemming wacht: Aroma de Campo. Eerst nog die beruchte 23 kilometer slechte weg terug – een tocht waar we maar liefst 2,5 uur over deden.

Dit keer sliepen we in een omgebouwde container, maar opnieuw op een prachtige plek. De weg omhoog was ruig, vol losse stenen, en vroeg het uiterste van auto en bestuurder. Maar eenmaal boven werden we beloond.

Vanaf het terras landden de mooiste vogels letterlijk voor onze neus. Een plek waar je alleen maar hoeft te zitten en te kijken – en de natuur vanzelf naar je toe komt.

 

Wenkbrauw Mot Mot

 

Roodoorpapegaaien, Mot Mots, luidruchtige witkeel-ekstergaaien en tovi-parkieten lieten zich prachtig zien in de boom tegenover ons. En alsof dat nog niet genoeg was, doken ook een zeldzame goudbrauworganist en kleine roodrugwinterkoninkjes op in de struiken vlak naast ons.

Na het eten liepen we in het donker terug naar onze slaapplek. Via het pad langs het natuurzwembad daalden we af, toen we ineens stil stonden: vlak voor ons zat een enorme kikker. Later bleek het een reuzenpad te zijn – indrukwekkend groot en bijna niet te missen. Het was eigenlijk gewoon een beetje eng!

 

Dit kleine vakantieparadijsje wordt gerund door een Belgisch echtpaar. Al snel maakten we kennis met hun twee honden, die ons vrijwel meteen leken te adopteren – of misschien was het andersom.

Wanneer we gingen wandelen, liepen ze steevast met ons mee. Vogels spotten werd daardoor wat lastiger, maar gezellig was het zeker. Ze hielden ons bovendien goed in de gaten en waren opvallend beschermend; naar andere mensen waren ze een stuk minder enthousiast.

Soms lagen ze gewoon bij ons op het terras, alsof ze er net zo thuis hoorden als wij.

 

Kees met hond op het terras voor de container

Op 17 februari hadden we een vogeltour bij een nabijgelegen hotel, samen met twee gidsen. In de tuin van het hotel hebben we een aantal leuke soorten gezien.

 

Braziliaanse Dwerguil

Zo spotten we een Braziliaanse dwerguil – ons eerste uiltje van de reis. Ook zagen we talloze nesten van de Montezuma-oropendola’s, hoog hangend in de bomen. Die naam alleen al… ik heb me er de hele vakantie mijn tong op gebroken!

Daarnaast kwamen er nog genoeg andere mooie soorten voorbij die we goed konden fotograferen, waardoor ook deze plek weer vol verrassingen zat.

 

 

Dat is precies het mooie van op pad gaan met een gids. Sommige soorten hadden we zelf misschien ook wel gevonden, maar zij kennen het gebied door en door. Veel vogels zitten bovendien op vaste plekken, die je zonder die kennis zo voorbijloopt.

Het voegt dus echt iets toe aan zo’n excursie – je ziet simpelweg meer.

 

Lesson's Mot Mot

Op dag dertien trokken we verder naar Monte Verde, naar Tityra Lodge “Your Haven in Paradise”, zoals ze het zelf noemen. En eerlijk is eerlijk: dat klopt. Een kleinschalige plek met een prachtig uitzicht en verrassend veel dieren, gewoon op het terrein.

Bij de voederplek was het continu een komen en gaan van vogels. Maar daar bleef het niet bij: ook neusberen en goudhazen lieten zich regelmatig zien. Een plek waar je eigenlijk alleen maar hoeft te zitten en te kijken – de natuur doet de rest.

 

Goudhaas, liepen tussen de koffiestruiken door bij de voederplaats

De lodges lagen midden tussen de koffiestruiken op de plantage, met een werkelijk prachtig uitzicht. ’s Avonds verschenen er ontelbaar veel sterren aan de hemel en hing er een heerlijke stilte. Een heel bijzondere plek!

 

 

De volgende dag gingen we op pad met een gids om het nevelwoud van Monte Verde te verkennen. Een bijzondere plek met een rijke geschiedenis: ooit in handen van een aantal Costa Ricaanse families, later bewoond door Quakers uit de Verenigde Staten, die hier leefden met respect voor de natuur. Sinds de jaren zeventig staat het gebied bekend als een uniek natuurreservaat – en nog altijd is het privébezit.

Tijdens onze wandeling werden we omringd door het mysterieuze nevelwoud, waar de wolken laag tussen de bomen hangen. We zagen én hoorden brulapen; hun diepe geroep droeg ver door het bos en gaf het geheel een indrukwekkende, bijna oerkrachtige sfeer.

 

Brullende Brulaap ((Alouatta))

 

De mannetjesbrulapen laten een diep, indrukwekkend gebrul horen dat kilometers ver draagt – tot wel drie kilometer door dicht bos en zelfs vijf kilometer over open water. Ze kunnen het de hele dag doen, maar vooral rond zonsopgang en zonsondergang klinkt hun roep door het woud. Het is hun manier om andere groepen te laten weten waar ze zijn, zodat confrontaties worden vermeden.

In de kolibrituin zagen we verschillende kolibries, kleine, schitterende vogels die razendsnel van bloem naar bloem schieten. Onze gids wees ons daarnaast op nog meer soorten, waaronder een witoorgrondgors die prachtig op een takje bleef zitten – een perfect moment om vast te leggen.

 

Witoorgrondgors

Aan het einde van de tour kwamen we nog een groep “wilde varkentjes” tegen: een familie halsbandpekari’s. Met hun donkergrijze vacht en subtiele, lichtgekleurde halsband scharrelden ze rustig door het bos – een mooie afsluiting van de wandeling.

 

Halsbandpekari

We hadden gelezen dat op het terrein van Tityra de smaragdarassari (emerald toucan) voorkomt, een kleine, prachtig groene toekan. Stiekem hadden we de hoop al een beetje opgegeven… maar net na het uitchecken gebeurde het alsnog.

Daar zat hij, gewoon in de boom bij de receptie. Een onverwacht en perfect afscheid van deze plek.

 

Smaragdarassari (Emerald Toucan)

De volgende ochtend vertrokken we naar Manuel Antonio. Ons hotel was prachtig, met een heerlijk zwembad, maar daarbuiten voelde het voor ons wat te druk en toeristisch. Het hotelpersoneel was ontzettend vriendelijk, maar de sfeer buiten sprak ons minder aan. Mensen die 's nachts op straat sliepen, niet helemaal ons ding!

Ik maakte nog een excursie naar het Manuel Antonio National Park, terwijl Kees lekker bij het zwembad bleef. Het park zelf was behoorlijk druk –  ik ben daar niet dol op.  Toen de gids ons boven had afgezet en aangaf dat we de weg terug zelf wel konden vinden, vond ik dat eigenlijk prima.

Niet veel later zat ik ook bij het zwembad. Soms is dat gewoon de beste keuze.

Witlopkapucijnaapje in het partk

Las Cotingas Ocean View is onze volgende bestemming, in Corcovado. De route ernaartoe begint langs een schitterende kustweg, maar verandert al snel in een hobbelige, slechte weg. Het laatste stuk lopen naar dit hotel gaat via een aantal trappen omhoog.

Maar eenmaal boven zijn we alles meteen vergeten. Wat een plek. Hoog gelegen, met een adembenemend uitzicht over de kust en het strand van Drake Bay – absoluut de klim waard.

 

Uitzicht in de avond met de zonsondergang vanaf het terras van het restaurant!

 

De volgende dag staan we vroeg op. Om zes uur staan we al op het strand, klaar voor vertrek. Met een snelle boot varen we naar Corcovado National Park, waar we een excursie hebben gepland.

Het park ligt op het Osa-schiereiland, in het uiterste zuiden van Costa Rica, vlak bij de grens met Panama. Het gebied is enorm: niet alleen het land, maar ook een groot stuk zee behoort tot het park – samen zelfs groter dan de provincie Utrecht.

Volgens National Geographic is Corcovado het meest intense biologische paradijs ter wereld. Honderden soorten zoogdieren en vogels leven hier in een vrijwel onaangetast regenwoud, vol rivieren, heuvels en dichte jungle. Toeristische voorzieningen zijn er nauwelijks, wat het gevoel versterkt dat je echt een van de laatste wilde plekken op aarde betreedt.

 

De taxiboten,  gingen echt heel hard! 

In de boot stappen bleek nog een uitdaging, want aanlegsteigers zijn er niet. Dat ging dus niet helemaal soepel… vooral op de terugweg niet. De boot schommelde flink op de golven, dus camera en telefoon hadden we maar veilig opgeborgen – achteraf een goede keuze.

Voor ik het wist, lag ik achterover in het water. Tot grote hilariteit van Kees, die alleen nog een stukje hoofd met bril boven de golven uit zag steken.Gelukkig was het water lekker warm en niets bezeerd!

Het park is prachtig, maar ondanks het beperkte aantal bezoekers per dag voelde het toch best druk – vooral wanneer iedereen tegelijk aan land gaat. Dan is de rust even ver te zoeken.

Maar het was absoluut de moeite waard. We maakten een mooie wandeling en hadden een traditionele Costericaanse lunch in het park bij het Sirena Ranger Station. Tegenover het station zaten prachtig gekleurde ara’s in de struiken, maar toen het drukker werd, verdwenen ze al snel.

Geelvleugelara

Na de lunch liepen Kees en ik op ons gemak over het strand terug naar de boten, waarna we weer werden teruggebracht naar het strand bij ons hotel.

 

 Mooie wolkenpartijen boven de zee

Bij ons hotel hadden we niet alleen een geweldig uitzicht, maar ook een bijzondere trekpleister: een boomstronk waarin ooit de bliksem was ingeslagen. Deze plek bleek favoriet bij allerlei vogels.

Papegaaien streken er neer, gieren zaten er regelmatig en een gestreepte helmspecht had er zelfs een nest in gemaakt. Af en toe kwam zijn partner langs om polshoogte te nemen. Ook de Amazone motmot liet zich zo nu en dan zien in de tuin.

We hadden een bijzondere buurman: een ouder mannetje dat naast de lodges woonde. Af en toe kwam hij even “een praatje maken”. Veel begrepen we niet van elkaar – ons Spaans is helaas beperkt – maar dat maakte het contact niet minder leuk.

 

Amazone Mot Mot

 

Op een gegeven moment nodigde hij ons zelfs uit in zijn tuin, en als hij iets bijzonders zag, kwam hij ons enthousiast halen. Zulke momenten laten zien hoe vriendelijk en behulpzaam de mensen hier zijn.

We laten Corcovado achter ons en vertrekken naar Uvita. Over het water zou het nog geen drie kwartier duren, maar wij gaan met de auto – en dat kost meer tijd. Op weg naar Manoas vragen we ons af waar we dit keer terechtkomen. Dat is juist het leuke van deze reis: om de paar dagen een nieuwe plek, telkens weer een verrassing.

In Uvita gaat het laatste stuk steil omhoog. Onze auto verdient inmiddels echt een schouderklopje – en onze knieën trouwens ook!

Boven aangekomen wachten prachtige, luxe glampingtenten midden in de jungle, omringd door hoge, oude bomen.

De paden zijn steil, maar het uitzicht maakt alles goed: in de verte strekken de bergen zich uit. Opnieuw zo’n plek waar je alleen maar kunt denken – wauw.


 

 Foto: Manaos.com, foto van het park

Goudnekspecht

Van andere reizigers hoorden we over een restaurant in Uvita waar je prachtig de zonsondergang kunt fotograferen: La Uvita Perdida. Dat wilden we natuurlijk zelf ervaren.

We hebben er heerlijk gegeten, terwijl de zon langzaam onderging en de lucht steeds mooier kleurde. Een perfecte plek – en een mooi einde van deze dag.

 

 

De volgende dag rijden we naar onze laatste bestemming: Hotel Suria in San Gerardo de Dota. Hier hopen we de quetzal te zien – een van de meest bijzondere vogels van deze reis. We hebben een quetzaltour geboekt, dus de kans is er.

De route naar de lodges voeren over eindeloze bergwegen en slingerende passen. Langzaam dalen we af de vallei in, tot we het hotel bereiken, verscholen in het groen.

Op het terrein is volop leven. Kolibries, vlinders en andere dieren laten zich hier regelmatig zien, en de vogeltuin is een plek waar je uren kunt doorbrengen. Overal verschijnen kleurrijke vogels – een prachtige afsluiting van onze reis.

   

Eikelspechten zijn sterk territoriaal en verdedigen hun leefgebied fanatiek tegen indringers.

In de vogeltuin fotograferen we vele kolibries, en andere prachtig gekleurde vogels, waaronder de baltimore troepiaal, verschillende tangares, en spechten 

Baltimore Troepiaal

De volgende ochtend staan we vroeg op. Met een busje gaan we op zoek naar de quetzal – spannend, want dit is voor veel vogelaars een absolute droomsoort.

Wat deze vogel zo bijzonder maakt, is het iriserende smaragdgroene verenkleed dat, afhankelijk van het licht, zelfs blauw kan oplichten. De warrige kuif geeft hem iets aandoenlijks, maar het zijn vooral de mannetjes in de paartijd die indruk maken, met hun lange, sierlijke staartveren die soms wel 60 centimeter kunnen worden.

Tijdens de eerste poging zien we hem wel een paar keer, maar goed fotograferen lukt niet. Dat is even balen. Op dat moment weten we nog niet dat we later die dag een tweede kans krijgen.

’s Middags zien we langs de weg een groepje mensen staan. Nieuwsgierig stoppen we – en ja hoor: een paartje quetzals, bezig met nestelen. Van een afstand proberen we ze vast te leggen. Nog steeds niet perfect, maar een stuk beter dan in de ochtend.

We hebben ze gezien, beide zelfs – en dat alleen al maakt het een bijzonder moment. Zelfs een paar bewijsplaatjes kunnen maken, niet echt scherp helaas, maar we kunnen zien dat het de Quetzals zijn!

 

 

Zo komen we aan het einde van een onvergetelijke vogelrondreis door Costa Rica. Witropa heeft ons geholpen met het samenstellen van de reis, het boeken van de accommodaties en de huurauto. Onderweg hadden we via de app altijd een aanspreekpunt – ontzettend handig. Dankjewel, Marlot!

We hebben zoveel bijzondere plekken gezien en zoveel mooie momenten beleefd. Een reis om nooit te vergeten, en eentje waar we nog vaak met veel plezier aan zullen terugdenken.

Morgen vliegen we naar huis!

Onderweg van Gerardo de Dota naa het vliegeveld in San Jose, hebben we nog  een kijkje genomenin Cartago bij ́La Basilica, de belangrijkste katholieke kerk van het land én bedevaartsoord, waar op 2 augustus jan en alleman vanuit heel Costa Rica heenloopt (laatste stuk zelfs op de knieen...) om de eer te bewijzen aan de heilige maagd, die er ooit verschenen zou zijn.

 

La Basilica in Cartago

 

 

Waterval en het blauwe water, Parque Nacional Volcán Tenorio

 

 

Parque Nacional Volcán Tenorio, Alajuela, Costa Rica, 

Dit nationale park ligt in het vulkanische gebergte van Guanacaste.

Het kostte ons nogal wat moeite om binnen te komen en kaartjes te regelen via het online systeem van SINAC.  Zonder wifi was dat een flinke uitdaging, maar uiteindelijk is het gelukt. Daarna konden we beginnen aan de drie kilometer lange wandeling naar de prachtige waterval.

De waterval is ongeveer twintig meter hoog en werkelijk schitterend om te zien. Het water kletterde met kracht van grote hoogte naar beneden — een indrukwekkend en prachtig natuurverschijnsel.

De Celeste-rivier is vernoemd naar zijn bijzondere kleur. Deze ontstaat door een optisch effect: zonlicht wordt verstrooid door de hoge concentratie aluminiumsilicaten in het water, wat zorgt voor die unieke, bijna onwerkelijke heldere blauwe tint (bron: Wikipedia).

 

 

Waterval Llanos de Cortés

Er zijn veel watervallen in Costa Rica. Dit was de tweede — en tegelijk de laatste — die we hebben bezocht: een prachtige groene oase in Guanacaste.

Bij deze waterval mag je zelfs zwemmen. Vooral locals maken daar graag gebruik van. Via een aantal trappetjes naar beneden is de plek bovendien makkelijk te bereiken.

Doordat de waterval vlak bij Interamericana Route 1 ligt, is het een ideale stop tussen twee bestemmingen. Voor ons was dat ook precies de reden om hier even uit te stappen — en daar hebben we geen spijt van gehad!

 

 

Costa Rica in het algemeen!

 

 

 

Waar zijn de foto's gemaakt:

T = Torteguero                                         B T=  Boca Tapada

S  = Sarapiqui                                           RV = Rincon de la Vieja

A  = Arenal                                                MV= Monteverde

CN = Caño Negro                                    MA- Manuel Antonio

C = Corcovado.                                        SG - San Gerardo de Dota

 

Amazone IJsvogel vrouwtje (CN)

Groene Dwergijsvogel (CN)

Massena's Trogon (T)

Schuitbekreiger (T)

Roodrugtangare (VR) (CN)

Geelkeelorganist vrouwtje (CN)

Groefsnavelani (CN)

Roodkruintiran (CN)

Minnikskaptiran (CN)

Monnikskaptiran (C)

Bloedtangare (SG)

Eikelspecht (SG)

Violette Sabelvleugel (SG)

Roodbuikjuweel Kolibrie (SG)

Rivoli's Kolibrie (SG)

Amazone IJsvogel mannetje (CN)

Amazone IJsvogel , vrouwtje (CN)

Roodoorpapegaai (T)

Halsband Assari's (T)

Graylijster (CN)

Suikerdiefje (CN)

Gestreepte Tijgerroerdomp (CN)

Blauwrugbisschop vrouwtje (CN)

Blauwe Suikervogel (CN)

Amazonezwartkeeltrogon (C)

Zomertangare (SG)

Langstaartzijdevliegenvanger (SG)

Koperrugamazilia (SG)

Rivoli's Kolibrie (SG)

Mexicaanse Violetoor Kolibrie (SG)

Amerikaanse Reuzenijsvogel (CN)

Amerikaanse Reuzenijsvogel (CN)

Massena's Trogon (T)

Groene Ibis (T)

Graylijster  Adiult (CN)

Geelbuikschoffelsnavel (CN)

Roodrugtangare mannetje (CN)

Geelkeelorganist mannetje (CN)

Tropische Koningstiren (CN)

Costaricaanse tangare (C)

Baltimore Troeoiaal (SG)

Roodkraaggors (SG)

Groenkruinbriljantkolibrie (SG)

Rovoli's Kolibrie (SG)

Violette Sabelvleugel Kolibriet (SG)

                                  

Fonkelende Kolibrie (SG)

Roodstaartamazilia (S)

Zwavelborsttoekan (S)

Roodkeelmiertangare (S)

Kuifsjakohoen (BT)

Groene Reiger  (CN)

Witoorgrondgors (RV)

Witvoorhoofdamazone (RV)

Geelkeelorganist (RV)

Streepstaartkolibrie (MV)

Gestreepte Helmspecht (C)

Grote Gevlekte Boomeekhoorn (C)

Bloedtangare (SG)

 

Witnekkolibrie (S)

Olijfrugorganist (S)

Zwartwangspecht (BT)

Groene Suikervogel (S)

Am. Slangenhalsvogel (CN)

Goudbrauworganist (RV)

Maskertityra (RV)

Witkeel-ekstergaaien  (RV)

Kleine Violetoor Kolibrie (MV)

Zomertangare (C)

Gevlekte Boomeekhoorn (C)

Geelwangamazone (c)

 

Witnekkolibrie (S)

Diksnavelzaadkraker (S)

Bischopstangare (S)

Toviparkiet (BT)

Rode Lepelaar vliegend (CN)

Meniezanger (RV)

Kleine Violetoorkolibrie (RV)

Witkeel-ekstergaaien  (RV)

Violette Sabelvleugel Kolibrie (MV)

Brulaap (C)

Zwarte Gier (C)

Grijskopchahalaca (C)

 

Witnekkolibrie (S)

Vuursnavelarassari (S)

Montezumaoropendola (S)

Zwarte Gier (BT)

Groene Reiger (CN)

Roodborstkardinaal (RV)

Zwartkoptrogon (RV)

Rodrugwinterkoninkjes (RV)

Witvoorhoofd Amazone (C)

Gestreepte Helmspecht (C)

Brulaap (C)

Briltangare (SG)

 

We use cookies to improve our website, to analyze traffic on the website, to make the website function properly and for the connection with social media. By clicking Yes, you consent to the placing of all cookies as described in our privacy and cookie statement.