
Op 22 april stappen Marjolein en ik in de auto, op weg naar de boot richting Hoek van Holland. Ons avontuur gaat beginnen! We overnachten op de boot — een heerlijke en ontspannen manier van reizen. De volgende ochtend, om vijf uur, meren we aan in Harwich, Engeland.
Rond zeven uur rijden we van de boot af en gaan we op zoek naar onze eerste stop: de Stour Estuary. Dit prachtige natuurgebied ligt ten oosten van Colchester, aan de monding van de rivier de Stour. Om acht uur lopen we daar al door het bos — vroeger dan dit wordt het bijna niet!
Al snel zien we een groot aantal grijze eekhoorns. Deze invasieve soort heeft helaas de rode eekhoorn op veel plekken verdrongen. De rode eekhoorn komt nog wel voor in delen van Schotland en Noord-Engeland, maar in het oosten van Engeland is hij vrijwel verdwenen.

In het bos zien we veel vogels en prachtige bloemen: bosanemonen in wit en roze, kleine muur, kleurrijke velden vol boshyacinten — de beroemde Bluebells — bosviooltjes en nog veel meer soorten.

Blue Bells

van l naar r: Bosvergeet-mij-nietje - Roze bosanemoon - Witte bosannemoon - Boshyacint
De vogels kwetterden volop en lieten zich overal goed horen, maar waren vaak moeilijk te zien tussen de bomen en struiken. Op één uitzondering na: het roodborstje. Dat kleine nieuwsgierige vogeltje leek ons in elk natuurgebied dat we bezochten persoonlijk te verwelkomen — dus ook hier, in de Stour Estuary.
We zagen ook nog een winterkong die zijn nestje had verstopt in een omgevallen boomstronk.
We vervolgen onze weg naar Minsmere. In dit natuurgebied worden jaarlijks wel tweehonderd vogelsoorten waargenomen, dus onze verwachtingen liggen meteen lekker hoog. Het rietveld van Minsmere is het op twee na grootste zoetwaterrietveld van Engeland en, dankzij de variatie aan habitats, een fantastisch gebied om te verkennen.
Verspreid door het gebied staan meerdere vogelkijkhutten en er is een groot bezoekerscentrum met café, winkel en toiletten — altijd prettig. Vrijwillige gidsen staan klaar om je welkom te heten en helpen je graag om alles uit je bezoek te halen.
En niet onbelangrijk: in het restaurantje genieten we ook nog eens van heerlijke pies — dat hoort er natuurlijk een beetje bij!

Bij de eerste kijkhut lopen meteen een paar roerdompen rond — wat een geluk! De roerdomp is een verborgen en geheimzinnige vogel die je maar zelden goed te zien krijgt. Juist daarom is het extra bijzonder om ze hier zo mooi te kunnen observeren.

Kijkhut de Roerdomp, deed zijn naam eer aan!

Boven het riet zweven natuurlijk de kiekendieven, terwijl tussen het riet talloze rietvogels leven. De bruine kiekendief hebben we in verschillende gebieden zien jagen — indrukwekkende roofvogels om zo van dichtbij te zien.
Bijzonder om te bedenken dat er in 1971, na jaren van vervolging en verlies van leefgebied, in heel Engeland nog maar één broedend vrouwtje over was. Dankzij tientallen jaren natuurbescherming is de soort gelukkig sterk teruggekomen en zijn er tegenwoordig weer meer dan vijfhonderd broedparen in het Verenigd Koninkrijk. Ook in Nederland gaat het weer de goede kant op, met inmiddels ruim duizend broedparen.
Langs de slikranden is het ondertussen een drukte van jewelste: kluten, kleine plevieren, bontbekplevieren, visdiefjes en allerlei soorten ganzen en eenden scharrelen en paraderen er vrolijk op los.

De afwisseling in habitats maakt dit gebied bijzonder aantrekkelijk voor uiteenlopende vogelsoorten. Met onder andere bos, moeras, meren, strand, landbouwgrond, verspreide bomen en struiken, grasland, heidevelden, rivieren, zee, duinen en rietvelden is er een enorme variatie aan leefgebieden – en dus ook aan vogels.

Naast het bezoekerscentrum was een wand, speciaal voor oeverzwaluwen, waar het opvallend druk was. De vogels vlogen voortdurend heen en weer, wat zorgde voor een levendig en fascinerend schouwspel.

De volgende ochtend, 24 april, gingen we eerst langs Weeting Heath, Norfolk Wildlife Trust, waar grielen waren gemeld. Vanuit de twee kijkhutten keken we uit op een open stuk natuur en zagen we verschillende soorten rondlopen, waaronder kieviten, grielen, grote lijsters en veldleeuweriken.
De griel was voor mij een nieuwe soort in Europa. Eerder had ik deze vogel al eens gefotografeerd in Gambia, maar om hem hier te zien maakte het extra bijzonder.
Weeting Heath is een uitzonderlijk belangrijke plek: een klein overblijfsel van het ooit uitgestrekte en unieke Breckland-landschap. De kale zandgrond, verspreide heidevelden en korte grasvegetatie van de Norfolk en Suffolk Brecks doen eerder denken aan de Spaanse steppe dan aan het typische landschap van East Anglia.

Griel
Na Weeting Heath gingen we opnieuw naar Minsmere, dit keer om een ander deel van het gebied te verkennen. We kozen voor de kustroute, waar je kans hebt om soorten als kneu, roodborsttapuit en grasmus tegen te komen.
Ook deze keer was het weer genieten: een prachtige route, afwisselend en vol leven — absoluut de moeite waard.

Mannetje Roodborsttapuit en Grasmus
Het voorjaar is sowieso een heerlijke tijd om eropuit te gaan. We hebben een prachtige zonnige week gehad, en dat was meteen goed te merken in de natuur. De vlinders kwamen weer tot leven en we hebben al verschillende soorten gezien: het kleine vuurvlindertje, het oranjetipje, diverse witjes en veel dagpauwogen.
Libellen en juffers zijn we niet vaak tegengekomen; waarschijnlijk is het daar in het jaar nog net wat te vroeg voor.

Kleine vuurvlinder op de bloesem

Vandaag rijden we verder naar Lakenheath Fen. De RSPB heeft hier voormalige wortelvelden omgevormd tot een moerasgebied dat een thuis biedt aan vele vogels. Inmiddels is het een uitgestrekt rietveld en een landschap vol moerassen geworden.
Wanneer we verder naar achteren lopen, zien we al snel de bruine kiekendief boven het veld zweven. Bij het uitkijkpunt vooraan horen en zien we dodaars, grauwe ganzen, waterhoentjes en meerkoeten met jongen.

Bruine Kiekendief aan het jagen
We lopen verder en slaan linksaf, over een houten vlonder die ons dwars door het riet naar de kijkhut brengt. Op de hoek zit een grasmus uit volle borst te zingen, terwijl een rietzanger fanatiek probeert daar nog een schepje bovenop te doen. Op het water dobberen futen en wilde eenden rustig rond — niets bijzonders, maar wel gewoon genieten.
Het pad slingert nog een flink stuk door naar achteren. Bij een nieuw uitkijkpunt zien we een groepje vogelaars staan turen. Dat is meestal een goed teken…
En ja hoor: de roerdomp is gespot, diep verstopt in het riet. Spannend — zou hij zich laten zien?
Even later worden we beloond: niet één, maar twee roerdompen laten zich zien aan de rand van het watertje!
Alsof dat nog niet genoeg is, schieten er boven ons ook nog een paar boomvalken voorbij. Die zie ik niet vaak, dus dat maakt het extra gaaf — wat een moment!

Jagende Boomvalk
Lakenheath was voorheen een intensief bewerkt akkerland, na 1995 is het weer teruggebracht naar rietvelden en moerassen, zoals dit ook heel vroeger was! Er is meer dan twee kilometer aan sloten aangelegd, met ondiepe hellingen en vier kilomet aan waterkanalen, omdat men graag wilde dat de roerdomp weer terug kwam broeden in het gebied, kiekendieven, rietzangers, rietgorzen, baardmannetjes, futensoorten, kraanvogels en nog vele anderen zijn hier ook weer gesignaleerd, vlinders en libellen zijn er ook veel te zien.

Fuut op één van de watertjes van Lakenheath Fen
We laten Lakenheath Fen achter ons en zoeken opnieuw een hotelletje op, meestal een van de Premier Inn-hotels waar we graag verblijven.
De volgende dag trekken we verder noordwaarts, met als doel Buckenham Marshes, Strumpshaw Fen en Titchwell Marsh. Het is 26 april 2026.

Rietvogels zaten driftig te zingen in de struiken en ook kneutjes en grasmussen lieten zich duidelijk horen. In het weiland wandelden Chinese waterreeën rond — die vond ik echt heel bijzonder. Geen gewei, maar opvallende slagtanden; zoiets had ik nog nooit gezien.
De Chinese waterree komt oorspronkelijk uit China en Korea, maar werd aan het eind van de 19e eeuw in Groot-Brittannië geïntroduceerd. In East Anglia leeft nog altijd een populatie van deze bijzondere soort.
Roeken en kauwen broeden met velen in dit gebied!

Chinese waterreeën, een invasieve soort.

Rietzanger
Marjolein en ik zijn het erover eens: alle natuurgebieden van de RSPB zijn werkelijk prachtig. Marjolein was al fan — en nu ik ook!
De RSPB (Royal Society for the Protection of Birds) is eigenlijk te vergelijken met de Vogelbescherming in Nederland: een Britse organisatie die zich inzet voor de bescherming van in het wild levende vogels.
De vereniging heeft meer dan een miljoen leden.
Dit linkje verwijst naar de historie van de RSPB, het is wel interessant om het verhaal te lezen: https://www.rspb.org.uk/about-us/our-history
Strumpshaw Fen ligt aan de rivier de Yare en is een fantastisch gebied om vogels te observeren. Net als in andere natuurgebieden heeft elk seizoen hier zijn eigen charme. In deze periode horen we volop rietzangers en cetti’s zangers zingen.


Overvliegende rotganzen
Op het water verblijft een grote groep rotganzen, die in flinke groepen af en aan vliegen. Verder zien we nog een verloren kemphaan, kleine plevieren, kluten, een enkele wulp — en opvallend veel vlinders, met hier en daar een juffertje.

Boomblauwtje, Bont Zandoogje, Oranjetipje

Knobbelzwaan in het mooie licht
Rouwkwikstaart en Kleine plevier
De rouwkwikstaart is een vogel die je in het voorjaar soms langs de Nederlandse kust kunt tegenkomen, al is hij hier vrij zeldzaam. In Engeland komt deze ondersoort aanzienlijk vaker voor. Rouwkwikstaarten paren soms met witte kwikstaarten, waardoor er ook tussenvormen ontstaan. Kenmerkend is dat de rouwkwikstaart meer zwart en daardoor een sterker contrast heeft dan de witte kwikstaart.
De kleine plevier vind ik een bijzonder aantrekkelijk steltlopertje. Hij lijkt sterk op de bontbekplevier, maar is goed te onderscheiden door de opvallende, felgele oogring.
Bij Strumpshaw Fen komen veel weidevogels en watervogels voor. Je ziet er diverse eendensoorten, zoals slobeend, krakeend, bergeend en wintertaling. Daarnaast zijn er steltlopers en andere soorten te vinden, waaronder bontbekplevier, kleine plevier, kluut, visdief, kokmeeuw en waterhoen. Het gebied kenmerkt zich door mooie slikranden, waar vogels gemakkelijk voedsel kunnen vinden. Tijdens ons bezoek zagen we ook nog een wulp.

Wulp
Op de parkeerplaats gingen we nog op zoek naar de Chinese muntjak; andere bezoekers hadden hem daar gezien. Even later ontdekten we hem in het weiland en konden we er een mooie foto van maken.
De Muntjaks zijn ook geimporteerd, in Frankrijk en in Groot Brittanie maar ook in Nederland, in Brabant en op de Veluwe kunnen we deze kleine hertjes ook tegenkomen.

Chinese Muntjak
Onderweg naar de volgende locatie zag ik in een weiland een paar kleine bolletjes zitten. Tot mijn verrassing bleken het patrijzen te zijn. We hebben de auto even geparkeerd en konden de rode patrijzen mooi fotograferen. Wat een geluk, want verder zijn we ze onderweg in de natuurgebieden niet meer tegengekomen.

Rode Patrijs

Titchwell Marsh ligt aan de noordkust van Norfolk, tussen de dorpen Titchwell en Thornham, en staat bekend om zijn grote variatie aan landschappen. Je vindt er rietvelden, zoutmoerassen en zoetwaterlagunes, waar vogels zoals kluten, baardmannetjes en bruine kiekendieven leven. Ook ligt er een breed en rustig zandstrand.
Vanaf de parkeerplaats start een eenvoudige wandeling door open bosgebied naar het bezoekerscentrum en café. Vanaf daar loopt het pad langs de westoever verder het landschap in. Hier strekken zoutmoerassen, rietvelden en zoetwaterlagunes – gevoed door een natuurlijke bron – zich uit tot aan het strand.
Wat het extra bijzonder maakt, is dat je bij de kijkhutten aan de ene kant uitkijkt over het zoute moeras en aan de andere kant over het zoete water.
In Titchwell Marsh zijn veel weidevogels te zien. Zo zagen we kieviten en fazanten die het met elkaar aan de stok kregen. Omdat kieviten aan het broeden zijn, verdedigen ze hun territorium fel. Wanneer een fazant te dichtbij komt, proberen ze die weg te jagen.
Ik vroeg me af of dat kwaad kan. Waarschijnlijk vormt een fazant geen direct gevaar voor de kievit, maar verstoring kan wel invloed hebben op het broedsucces. Nesten kunnen bijvoorbeeld per ongeluk vertrapt worden, of eieren kunnen afkoelen doordat de oudervogel wordt verjaagd. Ook krijgen predatoren zo mogelijk meer kans.
Tot slot zagen we nog een kleine zilverreiger die rustig zijn veren aan het poetsen was.

We doen even Far Ings even aan, daar was het op een paar broedende grauwe ganzen en een biddende torenvalk erg rustig, dus snel door naar Bempton Cliffs
Grauwe Gans op het nest, met de kuikens onder de vleugels.
Bempton Cliffs


Hier hadden we echt naar uitgekeken: jan-van-genten, papegaaiduikers en drieteenmeeuwen zien, en natuurlijk ook alken en zeekoeten. Voor ons zijn dat bijzondere soorten die we niet vaak tegenkomen.
En wat een indrukwekkend landschap! De spectaculaire krijtrotsen alleen al maken een bezoek de moeite waard. Overal op en tegen de steile kliffen hadden zeevogels hun plek gevonden.

Bempton Cliffs
De kliffen van Bempton, gelegen aan de prachtige kust van Yorkshire, behoren tot de mooiste natuurgebieden van het Verenigd Koninkrijk. Tussen maart en augustus verzamelen zich hier ongeveer een half miljoen zeevogels om te broeden op de hoge krijtrotsen langs de Noordzee.

Jan van Genten boven de Noordzee
Het was geweldig om dit van dichtbij mee te maken. De jan-van-genten vlogen af en aan en zweefden moeiteloos op de wind langs de kust. Tijdens ons bezoek waren ze druk bezig met het verzamelen van nestmateriaal.

We zagen nog maar enkele papegaaiduikers. Het leek alsof ze net waren aangekomen; waarschijnlijk zouden er in de dagen erna nog veel meer volgen. Veel vogels waren nog niet volledig op kleur, met hier en daar grijze vlekken, en ook hun snavel was nog niet helemaal volgroeid.

Alken op de krijtrotsen
Een onverwacht hoogtepunt was de kerkuil, die meerdere keren jagend boven het grasland te zien was. Hij vloog steeds vanuit een uilenkast – bijzonder om dit midden op de dag te kunnen zien.

De kerkuil jaagt op een prooi

De zeevogels van Bempton Cliffs
Op beide dagen dat we Bempton Cliffs bezochten, zagen we dolfijnen voor de kust zwemmen – een extra cadeautje!
Aan het eind van de middag zijn we nog even snel doorgereden naar Bridlington. We hadden gehoord dat daar zeehonden waren gezien. Hoewel we dachten dat het niet het juiste seizoen was, hadden we geluk: er lagen er wel een stuk of dertig op het strand, terwijl er ook een aantal in zee zwom.

Zeehonden

Het zit er bijna weer op, ons rondreisje door de RSPB naturrgebieden van Oost-Engeland, vandaag doen we St Aidan's Nature Park aan, voor Marjolein mij weer afzet bij Manchester airport.

St Aidan
Op een steenworp afstand van het centrum van Leeds ligt St Aidan’s, een prachtige plek om te verkennen. Het gebied staat bekend om zijn rijke flora en fauna, met soorten als roerdompen, futen, steenuilen, torenvalken, zwartkopmeeuwen en kieviten.
Ooit was St Aidan’s een open mijn, maar tegenwoordig is het omgevormd tot een natuurreservaat dat bruist van het leven. Door de relatief compacte omvang kun je hier eenvoudig een grote verscheidenheid aan habitats ontdekken, zoals rietvelden, moerasgebieden, weiden en bossen.
Terwijl we het gebied inlopen, wijst een vriendelijke Engelsman ons op een rode wouw boven ons hoofd. Wat een gaaf moment! Onderweg hadden we er vanuit de auto al een gezien, maar nu konden we hem ook echt fotograferen — een perfect begin van ons bezoek.
We krijgen meteen uitleg over wat er nog meer te zien is in het gebied. Wat dat betreft zijn de Engelsen erg beleefd en behulpzaam.

Rode Wouw
Vier wandelpaden leiden je door open plekken in het bos, langs rietvelden, rond meren en vijvers en naar een heuvel met panoramisch uitzicht. Bij binnenkomst staat er direct een groot oud voertuig uit de mijnbouwtijd. Ik begrijp dat het een stukje historie vertegenwoordigt, maar persoonlijk vond ik het wat misstaan in het landschap.
Het bezoekerscentrum ligt boven op de heuvel, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt. Daarna lopen we het gebied in. In de verte zien we een ree door het veld bewegen.

Tijdens de wandeling spotten we onder andere veel kokmeeuwen, dodaars en rietvogels zoals rietgorzen en baardmannetjes. Onze tijd is helaas beperkt op deze laatste dag, want we willen niet te laat vertrekken.

Dan hoor ik het karakteristieke geluid van baardmannetjes. Bij het zoeken naar vogels is het herkennen van hun roep essentieel — zo kun je ze gericht opsporen. En ja hoor: we hebben geluk. Een drietal baardmannetjes laat zich even zien tussen het riet.

Rond 13:00 uur zijn we weer boven op de heuvel. We gaan nog één keer op zoek naar het steenuiltje, dat vaak boven op het oude mijnwerktuig te vinden is. Op de heenweg hadden we geen geluk, maar dit keer wel — warempel, daar zit hij!
Aanvankelijk zit hij nog wat verscholen, maar na een tijdje laat het uiltje zich steeds beter zien. Een prachtig moment en een mooie afsluiter van ons bezoek.


Vogels maken een belangrijk deel uit van de Britse wildlife. Langs kusten, op moerassen, in bossen en natuurlijk in tuinen tref je diverse soorten aan, wij hebben er in totaal 95 verschillende soorten gezien.
Sommige gebieden die we hebben bezocht, zijn meer geschikt om in de winter te bezoeken, volgend jaar misschien ook eens in de winter gaan kijken.
Vanavond vlieg ik terug naar Nederland, terwijl Marjolein nog lekker doorgaat met een mooie cruise rond Groot-Brittannië, het was weer ontzettend gezellig en wat hebben we genoten!
Toch ook nog een klein stukje cultuur, na al de vogeltjes, we hebben het kerkje in Thetford bezocht, een schitterend kerkje, met een heel oud kerkje waar de grafstenen schots en scheef op de begraafplaats stonden, ik vond het een beetje luguber! Het lkerkje was helaas gesloten!

Kings Lynn

King’s Lynn is zo’n stadje waar je meteen voelt dat er geschiedenis in de straten zit. Dit oude plaatsje in Norfolk stond tot 1537 bekend als Bishop’s Lynn, of in het Latijn Len Episcopi — een knipoog naar de tijd dat de bisschop van Norwich hier de scepter zwaaide. Dat veranderde toen koning Hendrik VIII het voor het zeggen kreeg en de stad omdoopte tot Lenne Regis, oftewel King’s Lynn. Maar eerlijk is eerlijk: de locals houden het gewoon bij “Lynn”.
In de 14e eeuw was Lynn niet zomaar een havenstad — het was dé belangrijkste haven van Engeland. Je kunt het een beetje vergelijken met de rol die Liverpool later speelde tijdens de Industriële Revolutie. Als je er nu rondloopt, zie je nog steeds sporen van die rijke handelsgeschiedenis.
Zo kom je langs twee oude pakhuizen van de Hanze: het sfeervolle Hanse House uit 1475 en Marriott’s Warehouse, dat eeuwenlang dienstdeed als opslagplaats voor goederen van overzee. Je ziet het zo voor je: schepen die aanmeren, handelaren die druk onderhandelen…
Midden in de stad staat de imposante St. Margaret’s Church, tegenwoordig bekend als de King’s Lynn Minster. Dit is niet zomaar een kerk — het gebouw stamt uit de 12e tot 15e eeuw en ademt geschiedenis. In de 18e eeuw werd het schip grondig aangepakt, maar veel originele elementen zijn bewaard gebleven.
Binnen is er ook genoeg te bewonderen. De kerkklokken bijvoorbeeld: een indrukwekkende reeks van tien, waarvan er vijf al sinds de 18e eeuw klinken. De oudste is zelfs nog ouder — een klok uit 1657. En geloof me, die hoor je. De zwaarste klok weegt ruim 1400 kilo!
Ook het orgel heeft een mooi verhaal. Het werd in 1754 gebouwd en heeft sindsdien heel wat restauraties meegemaakt. Leuk detail: de bekende muziekhistoricus Charles Burney was hier ooit organist. Je staat er toch even bij stil als je bedenkt hoeveel muziek hier door de eeuwen heen heeft geklonken.
Bron: wikipedia
Minster in Kings Lyn

In oude steden kom je ze bijna overal tegen: die groene en blauwe informatiebordjes op gevels. Het zijn eigenlijk kleine tijdcapsules, verstopt in het straatbeeld. Even stilstaan en lezen, en je krijgt ineens een inkijkje in het verleden.

Op de bordjes vind je allerlei leuke en verrassende weetjes — wie er ooit gewoond heeft, wat een gebouw vroeger was, of welke oude naam het droeg. Het maakt een wandeling door zo’n stad meteen een stuk levendiger.
De groene bordjes vertellen meestal wat meer over de lokale geschiedenis van een plek, terwijl de blauwe vaak gewijd zijn aan bijzondere personen die er hebben gewoond of gewerkt. Juist die kleine details maken het struinen door oude straatjes extra leuk — alsof de stad zelf haar verhalen met je deelt.
In Nederland kom je ze ook wel tegen!
Beverley Minster of Parish Church of St John and Saint Martin in het stadje Beverley
Beverley Minster is een parochiekerk van de Church of England en behoort tot de grootste van het Verenigd Koninkrijk. Het gebouw is groter dan veel Engelse kathedralen en geldt als een meesterwerk van gotische architectuur.
De oorsprong van de kerk hangt nauw samen met John of Beverley, bisschop van York, die rond 700 op deze plek een klooster stichtte. Zijn relieken bevinden zich nog altijd in een crypte onder het schip. Na zijn heiligverklaring in 1037 werd de kerk aanzienlijk uitgebreid, onder meer met een hoge stenen toren en een nieuw koor.
Rond 1100 verwoestte een grote brand zowel de kerk als de stad. De heropbouw nam meerdere eeuwen in beslag. In 1548 verloor de kerk haar status en werd zij teruggebracht tot parochiekerk. Het kapittel werd ontbonden, het heiligdom van de heilige ontmanteld en delen van het complex verdwenen.
Tijdens de religieuze onrust van de 16e eeuw bleef ook deze kerk niet gespaard. In 1567 werden drie geestelijken beschuldigd van het aanhangen van katholieke praktijken, in strijd met de toenmalige koninklijke voorschriften.
Aan het begin van de 18e eeuw verkeerde het gebouw in slechte staat. Restauraties tussen 1717 en 1731, onder leiding van Nicholas Hawksmoor, brachten herstel. Ingenieuze technieken werden toegepast om instabiele muren te versterken en delen van het schip opnieuw op te bouwen.
De westtorens bevatten klokken, waaronder de imposante “Great John” uit 1901. Deze klok weegt meer dan zeven ton, heeft een diameter van ruim twee meter en luidt elk uur.
Bron:Wikipedia


Hier en daar kwamen we in Engeland gebreide creaties tegen op straat. Dit wordt ‘wildbreien’ of street knittinggenoemd: een vorm van straatkunst waarbij objecten in de openbare ruimte worden versierd, zoals lantaarnpalen, bomen, brievenbussen en standbeelden.
© 2026 www.vroegenaturephotography.nl - Powered by Shoppagina.nl